ECLI:NL:RBAMS:2021:1674
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens gebrek aan gegronde vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een kantonrechter van de rechtbank Amsterdam, stellende dat de rechter vooringenomen was omdat hij zijn verzoek om uitstel voor het indienen van de conclusie van antwoord niet in behandeling had genomen.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 36 Rv Pro en het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413). Hierin is bepaald dat een rechterlijke beslissing als zodanig nooit een grond voor wraking kan zijn, ook niet als de motivering onjuist of gebrekkig is, tenzij deze motivering objectief als blijk van vooringenomenheid kan worden opgevat.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek gebaseerd was op de beslissing van de rechter om geen uitstel te verlenen en de zaak te verwijzen voor vonnis, hetgeen geen grond voor wraking is. Er was geen sprake van enige aanwijzing voor onpartijdigheidsschending of vooringenomenheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd een mondelinge behandeling achterwege gelaten. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde vooringenomenheid.