Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- [eiseres] , [minderjarige] , en [naam 1] (hierna: [naam 1] ) met mr. Berkhout;
- aan de kant van SION: [naam 2] ( [functie 1] ) met mr. Van den Brink.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een kort geding tussen een moeder, handelend namens haar minderjarige kind, en Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland (SION). De minderjarige was verwijderd van de school wegens vermeende betrokkenheid bij graffiti met beledigende teksten gericht tegen de schoolleiding. SION baseerde de verwijdering op camerabeelden en herkenning door medewerkers, maar de minderjarige en familie ontkenden betrokkenheid.
De rechtbank overwoog dat het bewijs onvoldoende sluitend was om de beschuldiging te dragen, mede omdat familieleden de minderjarige niet op de beelden herkenden en er alternatieve verklaringen waren. De verwijdering heeft bovendien ingrijpende gevolgen voor de minderjarige, die graag zijn opleiding wil voortzetten aan deze specifieke school met islamitische grondslag.
De rechtbank oordeelde dat het besluit tot verwijdering voorshands niet gerechtvaardigd was en veroordeelde SION tot herintreding van de minderjarige en het opzetten van een herstelproject voor gemist onderwijs. Vordering tot inzage van camerabeelden en rectificatie werden afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De minderjarige wordt toegelaten tot de school en SION moet een herstelproject opzetten voor gemist onderwijs.