Eiseres verzocht om verlenging van haar inburgeringstermijn wegens ziekte, onderbouwd met medische verklaringen over rugklachten en psychische problemen. Verweerder wees dit verzoek af op basis van medische adviezen van Argonaut, die concludeerden dat de klachten niet zodanig waren dat het volgen van onderwijs werd belemmerd voor drie aaneengesloten maanden.
Na bezwaar en beroep werden aanvullende medische stukken overgelegd, maar de rechtbank oordeelde dat deze geen nieuwe of voldoende concrete aanwijzingen bevatten om het eerdere advies te betwijfelen. De rechtbank stelde vast dat de medische adviezen zorgvuldig, inzichtelijk en concludent waren en dat verweerder deze terecht ten grondslag legde aan zijn besluit.
Eiseres voerde ook aan dat het beleid in strijd zou zijn met het VN-verdrag Handicap en de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, maar de rechtbank verwierp deze gronden omdat het beleid voldoende ruimte voor maatwerk biedt en eiseres onvoldoende onderbouwing gaf.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.