ECLI:NL:RBAMS:2021:2032
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek billijke vergoeding wegens onvoldoende ernstig verwijtbaar handelen werkgever bij re-integratie
De werknemer was sinds 1999 in dienst bij Waternet en kampte met langdurige arbeidsongeschiktheid als gevolg van een medische aandoening. Na een functiewijziging in 2017 en een ziekmelding in 2018 volgden diverse onderzoeken en re-integratie-inspanningen. De werknemer stelde dat Waternet onvoldoende re-integratie inspanningen had verricht, met name door zich te richten op re-integratie via spoor 2 en onvoldoende onderzoek naar spoor 0 en 1.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel het UWV de re-integratie inspanningen van Waternet op enig moment als onvoldoende had beoordeeld, dit niet automatisch leidde tot ernstig verwijtbaar handelen. Waternet had gehandeld conform adviezen van de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige en had verschillende re-integratieactiviteiten ondernomen. Ook het argument dat de functiewijziging in 2017 leidde tot toegenomen arbeidsongeschiktheid werd verworpen.
De kantonrechter concludeerde dat er geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Waternet was dat tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst had geleid. Het verzoek om een billijke vergoeding werd daarom afgewezen en de werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.