ECLI:NL:RBAMS:2021:2063

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 april 2021
Publicatiedatum
26 april 2021
Zaaknummer
AWB - 21_742
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7:1 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet ontvankelijk wegens ontbreken tijdig en gedateerd bezwaarschrift tegen dwangsombesluit

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaar tegen een dwangsombesluit van de gemeente Amsterdam. De rechtbank beoordeelt dat het bezwaarschrift ongedateerd is en dat eiser geen ontvangstbevestiging heeft overgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld of en wanneer het bezwaar is ingediend.

De rechtbank verwijst naar artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en stelt vast dat het beroep niet ontvankelijk is omdat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro. Tevens merkt de rechtbank op dat volgens vaste rechtspraak geen dwangsom wordt verbeurd bij het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar tegen een dwangsombeschikking.

De rechtbank wijst het beroep af zonder inhoudelijke behandeling en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of teruggave van griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter Doll en griffier Van der Kroft en is openbaar uitgesproken op 26 april 2021.

Uitkomst: Het beroep wordt niet ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een tijdig en gedateerd bezwaarschrift en ontvangstbevestiging.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/742

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder

Procesverloop

Eiser heeft met de brief van 28 januari 2021, door de rechtbank ontvangen op 3 februari 2021, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaar.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [1] Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [2]
3. Met een besluit van 15 oktober 2020 heeft verweerder besloten geen dwangsom aan eiser toe te kennen naar aanleiding van zijn ingebrekestelling van 18 september 2020. Eiser stelt dat hij op 13 november 2020 bezwaar heeft gemaakt tegen dit besluit. Verweerder ontkent het bezwaarschrift ontvangen te hebben. De rechtbank stelt vast dat het bezwaarschrift niet is voorzien van een dagtekening. Daarnaast heeft eiser geen ontvangstbevestiging overgelegd waaruit blijkt of, en zo ja, op welke datum het bezwaarschrift door verweerder is ontvangen. Op grond van de in het dossier aanwezige stukken kan de rechtbank niet vaststellen dat eiser daadwerkelijk bezwaar heeft gemaakt tegen de afwijzing van zijn dwangsomverzoek, noch op de door hem genoemde datum, noch op een andere datum. Het emailbericht van 13 november 2020 kan daaraan niet afdoen, nu niet duidelijk is op welk bezwaarschrift deze email betrekking heeft.
4. Gelet hierop moet naar het oordeel van de rechtbank worden geconcludeerd dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep, zoals genoemd in artikel 6:12, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht en dat dus geen sprake is van een ontvankelijk beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
5. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat uit vaste rechtspraak volgt dat geen dwangsom wordt verbeurt bij het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar tegen een dwangsombeschikking. Dat betekent dat ook bij een (tijdig) bezwaar, geen dwangsom is verbeurd. [3]
6. Voor een proceskostenveroordeling of teruggave van het griffierecht is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L.A.T. Doll, rechter, in aanwezigheid van
mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
2.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb
3.Zie hiervoor de uitspraak van 10 december 2014 van de Raad van State ECLI:NL:RVS:2014:4448