Uitspraak
1.Procesverloop
.
2.Beoordeling
De Hoge Raad voegt daar aan toe dat deze eis zich niet leent voor een belangenafweging. Dat betrokkene door dit alles niet in zijn belangen zou zijn geschaad kan dit oordeel dan ook niet anders maken.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 4 mei 2021 een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.
De advocaat van betrokkene voerde aan dat de medische verklaring van 8 april 2021 niet onafhankelijk tot stand was gekomen, omdat de psychiater die deze verklaring opstelde, J.B. Zandvoord, eerder betrokken was geweest bij de behandeling van betrokkene en recent als waarnemend arts had opgetreden in een crisismaatregelprocedure.
De rechtbank oordeelde dat de wet en jurisprudentie vereisen dat de psychiater die de medische verklaring opstelt minimaal één jaar geen zorg mag hebben verleend aan betrokkene om vooringenomenheid te voorkomen. Omdat psychiater Zandvoord recent betrokken was geweest en daardoor mogelijk vooringenomenheid kon bestaan, kon de medische verklaring niet als grondslag dienen voor het verzoek. De rechtbank beval daarom dat binnen één week een nieuwe, onafhankelijke medische verklaring moet worden opgesteld. Alle overige beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank beveelt een nieuwe onafhankelijke medische verklaring binnen één week en houdt verdere beslissingen aan.