ECLI:NL:RBAMS:2021:2269
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schadevergoeding wegens niet-inverzekeringstelling na sepot strafzaak
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 533 en Pro 530 van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van schade en kosten wegens ondergane inverzekeringstelling en de behandeling van het verzoekschrift.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker op 7 augustus 2020 was aangehouden, maar niet in verzekering was gesteld en dat er ook geen grond was om dit wel te doen. De strafzaak tegen verzoeker werd op 25 januari 2021 onvoorwaardelijk geseponeerd. Het verzoek tot vergoeding op grond van artikel 533 Sv Pro werd daarom afgewezen omdat geen inverzekeringstelling had plaatsgevonden.
Ook het verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift werd afgewezen omdat het niet billijk werd geacht een vergoeding toe te kennen.
De beslissing werd op 9 april 2021 in het openbaar uitgesproken door rechter W.M.C. van den Berg. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding en kostenvergoeding wegens niet-inverzekeringstelling wordt afgewezen.