Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 1 juni 2021.
Rechtbank Amsterdam
Klager diende een klaagschrift in tegen de inhouding van zijn rijbewijs, dat was ingevorderd na meerdere verkeersovertredingen op 1 april 2021. De officier van justitie hield het rijbewijs vier maanden in, tot 30 juli 2021, vanwege het gevaarlijk rijgedrag van klager binnen de bebouwde kom en op de autoweg.
De rechtbank overwoog dat de inhouding rechtmatig was, gezien het vermoeden dat klager de verkeersveiligheid ernstig in gevaar bracht. Wel erkende de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van klager, zoals zijn afhankelijkheid van het rijbewijs voor werk en zorg voor zijn moeder.
De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat een gedeeltelijke teruggave per 1 juni 2021 redelijk was. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde het klaagschrift deels gegrond, gelastte de teruggave van het rijbewijs per 1 juni 2021, met behoud van de mogelijkheid dat in de strafzaak een langere ontzegging kan worden opgelegd.
Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het rijbewijs van klager wordt per 1 juni 2021 teruggegeven, ondanks eerdere inhouding tot 30 juli 2021.