Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te Diemen, eiser
algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser was op 1 januari 2020 als advocaat ingeschreven en schreef zich op 5 januari 2020 uit, waarna hij als bedrijfsjurist ging werken. De Nederlandse Orde van Advocaten legde hem een volledige jaarbijdrage op voor 2020, gebaseerd op artikel 32 van Pro de Advocatenwet en de Verordening op de advocatuur.
Eiser voerde aan dat het onredelijk was om de volledige bijdrage te betalen omdat hij slechts enkele dagen in 2020 als advocaat stond ingeschreven, en dat het evenredigheidsbeginsel een uitzondering rechtvaardigde. De rechtbank oordeelde echter dat de wettelijke bepalingen geen ruimte bieden voor een pro rata regeling of hardheidsclausule en dat de bijdrage het belang van de gehele balie dient, niet dat van individuele advocaten.
De rechtbank achtte het besluit niet onredelijk of onevenredig, mede omdat eiser bewust had gekozen om begin 2020 nog werkzaamheden als advocaat af te ronden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, zonder toekenning van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot volledige jaarbijdrage is ongegrond verklaard.