Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Inleiding
[naam bedrijf 1] (hierna: [naam bedrijf 1] ) is een dochtermaatschappij van [naam N.V. 2] .
4.Waardering van het bewijs
are directly or indirectly, legally and/or beneficially entitled to the majority of the issued share capital of [naam B.V. 3]” en dat de door [naam trustkantoor 1] aangestelde bestuurders met betrekking tot het intellectueel eigendom van [naam B.V. 3] en financiële transacties boven de € 5.000,- toestemming dienen te vragen aan [medeverdachte 1] en [verdachte] . Daarbij komt dat het trustkantoor [naam trustkantoor 2] op 23 oktober 2009 een brief heeft gestuurd, die is gericht aan [medeverdachte 1] en [verdachte] , met een herinnering dat zij voor (onder meer) [naam B.V. 3] nog achterstallige nota’s moeten betalen. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] ook na optuiging van de STAK constructie in 2005 wel degelijk zeggenschap hielden in [naam B.V. 3] .
“ [naam B.V. 3] is waar de patenten in zaten, die vennootschap, die we met [naam 3] hadden, die gaf een exclusieve licentie aan [naam B.V. 8] voor EUR 1,-. Als dat succesvol zou zijn en later, ondanks het feit dat [naam N.V. 1] daar niks mee te maken had, zou die technologie ook toegepast kunnen worden op auto’s en andere gebieden en dan gaat iedereen roepen: “We dachten toch dat alle applicaties in het beursfonds zaten?”. Dat wilden wij niet. Toen zeiden we tegen elkaar: “We moeten gewoon alles aan [naam 3] geven en de afspraak met hem maken dat als we ooit, in de toekomst uit [naam N.V. 1] zijn, we dit weer op kunnen pakken.”
are directly or indirectly, legally and beneficially entitled to the majority of the issued share capital of [naam N.V. 8]” en dat de door [naam trustkantoor 1] aangestelde bestuurders met betrekking tot het intellectueel eigendom en financiële transacties boven de € 5.000,- toestemming moeten vragen aan [medeverdachte 1] en [verdachte] . [verdachte] en [medeverdachte 1] blijven dus na inschakeling van trustkantoor [naam trustkantoor 1] de uiteindelijk gerechtigden tot de [naam vennootschappen] en behouden ook zeggenschap. Op 28 december 2006 is stichting [naam stichting] als aandeelhouder boven [naam 13] geplaatst. Ook hiermee bleven [medeverdachte 1] en [verdachte] de gerechtigden tot de [naam vennootschappen] , zo blijkt onder meer uit de verklaring van getuige [getuige 1] van [naam trustkantoor 1] dat [verdachte] en [medeverdachte 1] de ' ultimate beneficial owners ' (hierna: UBO’s) waren en dat zij niets heeft vernomen van wijzigingen. Bestuurder [naam 14] van [naam B.V 4] heeft verklaard dat hij op papier bestuurder was, maar verzoeken opvolgde van [medeverdachte 1] van wie ook het geld kwam als er schulden moesten worden betaald. De stichting is kennelijk boven [naam 13] geplaatst naar aanleiding van een mail van [naam trustkantoor 1] aan [medeverdachte 1] waarin staat vermeld: “
Uit ons vorengenoemde gesprek hebben wij begrepen dat het wenselijk is dat de aandeelhouders van [naam N.V. 5] niet kenbaar worden gemaakt aan het publiek. Wellicht is het raadzaam om de aandelen van [naam N.V. 5] te laten houden door een stichting. Graag vernemen wij van je wat je intentie is(..)”.
neem aan dat [naam vennootschappen] gewoon een mooi verhaal is, een fake”, terwijl hij volgens [verdachte] eigenlijk de baas van de [naam vennootschappen] was. Op grond van het voorgaande wordt de verklaring van [verdachte] als onaannemelijk ter zijde geschoven.
De tijd is ook voorbij om [naam bedrijf 2] de afvalbak te laten zijn die steeds met allerlei trucs de mislukte speeltjes van [naam 11] mag rechttrekken. Dat krijg ik gewoon niet meer langs Kom [naam 8]”. Op 19 april 2008 heeft [verdachte] ook een mail aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gestuurd met de tekst: “
Wat doen we voor de jaarrekening met de garanties aan [naam B.V. 5] en [naam B.V. 6] . Volledige disclosure leidt tot het risico dat de verkoop van de machines wordt getriggerd, is het niet door [naam B.V. 1] , dan wel door analisten”. Uit de verklaringen van de controlerend accountants blijkt dat [verdachte] een van de belangrijkste gesprekspartners was voor [naam B.V. 1] ten aanzien van de informatieverstrekking over de jaarrekeningen. Bovendien heeft [verdachte] de LOR’s voor de jaren 2006 tot en met 2008 ondertekend.
Een oplossing via [naam bedrijf 2] (dat geldt overigens ook voor [naam vennootschappen] ) zal daarnaast ook nog op zeker het geloof weghalen dat het een onafhankelijke derde betreft en dan gaat de hele jaarrekening onderuit”. Verder was [medeverdachte 2] – net als [verdachte] – een van de belangrijkste gesprekspartners van [naam B.V. 1] voor de jaarrekening en ook [medeverdachte 2] heeft de LOR’s ondertekend.
5.Bewezenverklaring
2. Primair
- Wij bevestigen de volledigheid van de verstrekte informatie met betrekking tot de identificatie van verbonden partijen en aangaande transacties met deze partijen die materieel zijn voor de jaarrekening. De identiteit van, en de balansposten en transacties met, verbonden partijen zijn juist opgenomen, en indien van toepassing adequaat toegelicht in de jaarrekening. en/of
- Wij hebben alle verplichtingen, voor zover van toepassing, verwerkt of toegelicht in de jaarrekening.
- [verdachte] , [medeverdachte 1] en [naam 3] ( althans [naam 12] ) middellijk gerechtigd waren tot [naam B.V. 3] en dat de [naam bedrijf 5] (de vennootschappen waarin [naam 3] zeggenschap had of een sleutelpositie bekleedde) en de groep vennootschappen bestaande uit [naam N.V. 1] en haar groepsvennootschappen, althans de vennootschappen waarin [verdachte] en [medeverdachte 1] zeggenschap hadden of sleutelposities bekleedden, niet met elkaar handelden als onafhankelijke partijen en/of verbonden partijen waren en
- [naam N.V. 5] en [naam B.V 4] met [naam N.V. 1] verbonden partijen waren en
- [naam N.V. 1] en/ of [naam N.V. 2] . jegens [naam B.V. 6] en [naam B.V. 14] de verplichting op zich had(den) genomen om deze vennootschap(pen) schadeloos te stellen en/of alle kosten te vergoeden in samenhang met de lease overeenkomst SL 806618 (D-3918).
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
gevangenisstrafvan
6 (zes) maanden.
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijd van 1 (één) jaarvast.