ECLI:NL:RBAMS:2021:26
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij bijstandsuitkering
Eiser ontving op 27 juni 2018 een besluit tot toekenning van een bijstandsuitkering in de vorm van een lening. Tegen dit besluit maakte eiser bezwaar, maar dit werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Eiser stelde dat hij door een psychose en opname op een gesloten afdeling van het ziekenhuis niet in staat was tijdig bezwaar te maken.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaartermijn van zes weken was verstreken en dat het bezwaar te laat was ingediend. De medische omstandigheden van eiser werden niet voldoende onderbouwd met stukken die aannemelijk maakten dat hij gedurende de gehele termijn niet in staat was een bezwaarschrift in te dienen of een derde daartoe in te schakelen.
Ook werd meegewogen dat eiser op 2 augustus 2018 uit het ziekenhuis was ontslagen, nog binnen de bezwaartermijn, en dat hij al langer bekend was met psychische problematiek. De eigen verantwoordelijkheid om maatregelen te treffen om belangen te behartigen stond voorop. De rechtbank concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten.
Het beroep tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit werd ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter Y. Moussaoui.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.