Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[belanghebbende], verblijvende te Brazilië, is als derde-partij bij de zaak betrokken (gemachtigde: mr. R.M. Rensink).
Rechtbank Amsterdam
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen een omgevingsvergunning die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is verleend voor het realiseren van een dakopbouw op een woning. De vergunning betreft een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan, omdat de bouwhoogte wordt overschreden. Verzoekers vrezen aantasting van privacy, daglichttoetreding en schaduwwerking, en beroepen zich tevens op een privaatrechtelijke belemmering.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig is ingediend en dat verzoekers belanghebbenden zijn, omdat zij direct zicht hebben op de dakopbouw en daardoor een persoonlijk belang hebben. De rechtbank toetst de redelijkheid van het besluit en stelt vast dat de vergunning passend is binnen het beleid van de gemeente en niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De belangen van verzoekers zijn afgewogen, waarbij de geringe effecten op privacy en schaduw als toelaatbaar worden beschouwd.
Ten aanzien van de privaatrechtelijke belemmering stelt de rechtbank dat deze slechts relevant is indien evident, wat hier niet het geval is. De vergunninghouder is in overleg met de vorige eigenaar over het sedumdak. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de dakopbouw wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.