Op 7 februari 2021 vond een incident plaats in een winteropvang te Amsterdam waarbij verdachte, een 50-jarige man, werd beschuldigd van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling van twee politieagenten. De politie was opgeroepen vanwege het verwarde gedrag van verdachte, die dreigde zijn kamer onder te laten lopen en mensen onder stroom te zetten. Tijdens een worsteling in de kamer van verdachte liepen de agenten letsel op, waarna aangifte werd gedaan.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor poging tot doodslag, maar wilde wel een veroordeling voor poging tot zware mishandeling. Verdachte stelde zich op het standpunt dat hij uit noodweer handelde en ontkende de beschuldigingen. Een getuige van de winteropvang verklaarde dat verdachte met handen omhoog stond, geen bevelen kreeg, en dat de agenten agressief optraden. De getuige zag verdachte zich rustig overgeven en kon niet bevestigen dat verdachte voorwerpen vasthield of sloeg/stak.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende overtuigend was om vast te stellen dat verdachte het letsel aan de agenten heeft toegebracht zoals ten laste gelegd. Er was twijfel over de toedracht en alternatieve verklaringen voor het letsel. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. Ook werd de vordering tot immateriële schadevergoeding van een van de agenten niet-ontvankelijk verklaard.