Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 20 mei 2021.
Rechtbank Amsterdam
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de inhouding van zijn rijbewijs na een snelheidsovertreding van 55 kilometer per uur boven de toegestane maximumsnelheid op 22 april 2021. Hij betoogt dat hij het rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk als verkoper van exclusieve jachten, waarbij hij veel reist en klanten rondleidt, ook in het buitenland. Klager vreest voor zijn dienstverband en inkomen vanwege de inhouding.
De officier van justitie erkent het belang van het rijbewijs voor klager, maar wijst op eerdere verkeersstraffen en de ernst van de overtreding. Hij stelt voor een deels voorwaardelijke oplegging van een rijontzegging van acht weken, waarvan vier weken onvoorwaardelijk.
De rechtbank overweegt dat de inhouding op grond van artikel 164 lid 4 WVW Pro 1994 rechtmatig is vanwege de ernstige snelheidsovertreding. Gezien de persoonlijke omstandigheden acht de rechtbank het echter redelijk om het rijbewijs per 20 mei 2021 terug te geven, met behoud van de mogelijkheid dat in de strafzaak een langere ontzegging wordt opgelegd.
De rechtbank verklaart het klaagschrift deels gegrond en gelast de teruggave van het rijbewijs met ingang van 20 mei 2021. Klager kan tegen deze beschikking beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het rijbewijs wordt per 20 mei 2021 aan klager teruggegeven, ondanks de eerdere inhouding wegens ernstige snelheidsovertreding.