Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Circuit Court in Wroclaw(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
Openbaar Ministerie (Onafhankelijkheid van de uitvaardigende rechterlijke autoriteit)). [1]
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
District Court in Strzelinvan 9 oktober 2019 (referentienummer: II K 111/19).
Stb. 125, die op 1 april 2021 in werking is getreden. Daarbij is ook artikel 12 OLW Pro gewijzigd, in die zin dat de in deze bepaling neergelegde weigeringsgrond nu een facultatief karakter heeft. Gelet op deze wijziging zal de rechtbank eerst het beoordelingskader van onder het gewijzigde artikel 12 OLW Pro bespreken.
District Court in Strzelinvan 9 oktober 2019 op de zittingsdagen van 29 mei 2019, 17 juli 2019, 3 september 2019 en 9 oktober 2019 aanwezig moest zijn. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde.
substance of the case’aan de orde is gekomen. De rechtbank komt in dit verband dan ook, mede gelet op hetgeen onder D en F van het EAB staat vermeld, tot het oordeel dat de opgeëiste persoon op ten minste één zitting zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen en vervolgens afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces.
4.Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
Minister for Justice and Equality (Gebreken in het gerechtelijk apparaat)) [8] en 17 december 2020 (
Openbaar Ministerie (Onafhankelijkheid van de uitvaardigende rechterlijke autoriteit)) heeft geoordeeld [9] , dient de rechtbank te beoordelen of er, gelet op de persoonlijke situatie van de opgeëiste persoon, de aard van de strafbare feiten waarvoor hij wordt vervolgd en de feitelijke context van de uitvaardiging van het EAB, en rekening houdend met de eventueel door Polen verstrekte gegevens, sprake is van zwaarwegende en op feiten berustende gronden om aan te nemen dat het gevaar bestaat van schending van het door artikel 47, tweede alinea, van het Handvest gewaarborgde grondrecht op een eerlijk proces wegens structurele of fundamentele gebreken met betrekking tot de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht van de uitvaardigende lidstaat, als de opgeëiste persoon aan Polen wordt overgeleverd (stap 3).
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de
Circuit Court in Wroclaw(Polen).Aldus gedaan door