Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
Ook heeft de rechtbank de benadeelde partij in zaak C, de heer [benadeelde partij 2] en zijn raadsvrouw, mr. J.M. Bekooij, gehoord.
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
“Nee. Een breuk van het tongbeen vereist substantiële, doorgaans samendrukkende krachtsinwerking hoog in de hals. In slaap vallen met een bijzondere positie van het hoofd kan een dergelijke krachtsinwerking niet veroorzaken. Het gebruik van GHB heeft geen invloed op de mate van geweld die benodigd is voor het breken van het tongbeen.”
4.Bewezenverklaring
5.Bewijs
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregel
17 mei 2021worden opgenomen.
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
245 (tweehonderdvijfenveertig) dagen.
gestelde voorwaardenen het
uit te oefenen toezicht,
dadelijk uitvoerbaarzijn.
benadeelde partij [benadeelde partij 2]toe tot een bedrag van
€ 2.943,75 (tweeduizendnegenhonderddrieënveertig euro en vijfenzeventig eurocent)aan vergoeding van
materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 november 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening.
materiële schadevoor het
overige niet-ontvankelijkin zijn vordering is.
ten behoeve van [benadeelde partij 2] aan de Staat € 2.943,75 (tweeduizendnegenhonderddrieënveertig euro en vijfenzeventig eurocent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 november 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 39 (negenendertig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
immateriële schade.
tenuitvoerleggingvan de bij genoemd vonnis van 22 mei 2018 opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) week.