Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek op de zitting
mr. A.C. Vingerling, naar voren hebben gebracht.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 mei 2021 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €375,00. Deze vordering was gebaseerd op de beschuldiging van oplichting tegen de verdachte in de bijbehorende strafzaak.
Tijdens de terechtzitting op 11 mei 2021, die gelijktijdig met de strafzaak plaatsvond, werd vastgesteld dat de verdachte in de strafzaak is vrijgesproken van de beschuldiging waarop de ontnemingsvordering is gebaseerd. Hierdoor ontbreekt de noodzakelijke strafrechtelijke veroordeling die vereist is om tot ontneming over te kunnen gaan.
Op grond hiervan oordeelt de rechtbank dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de ontnemingsvordering. De rechtbank verklaart de vordering dan ook niet-ontvankelijk en wijst deze af. Dit vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam en uitgesproken op 25 mei 2021.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens vrijspraak van de verdachte.