Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek op de zitting
2.Vordering en grondslag daarvan
€ 350,60. Dat bedrag zou [verdachte] aan de Staat moeten betalen.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 mei 2021 de ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie (OM) tegen verdachte, die was vrijgesproken van oplichting in de bijbehorende strafzaak. De ontnemingsvordering betrof een bedrag van oorspronkelijk €480,60, bijgesteld naar €350,60.
Tijdens de terechtzitting op 11 mei 2021 werd de vordering besproken, waarbij de rechtbank kennisnam van de standpunten van het OM en de verdediging. Omdat verdachte in de strafzaak is vrijgesproken, ontbreekt de wettelijke grondslag voor ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank oordeelde dat ontneming alleen mogelijk is bij een strafrechtelijke veroordeling. Daarom verklaarde zij het OM niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam en uitgesproken op 25 mei 2021.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens vrijspraak van verdachte.