ECLI:NL:RBAMS:2021:2815
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beschikking afkoelingsperiode en benoeming observator in WHOA-procedure vakantiehuisjesverhuurder
De besloten vennootschap [verzoekster] B.V., actief in de verhuur van vakantiehuisjes gericht op 60-plussers, verzocht de rechtbank om een afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet Pro te gelasten om een akkoord met haar schuldeisers voor te bereiden en zo een faillissement af te wenden.
De rechtbank stelde vast dat het verzoek het eerste was na deponering van de startverklaring en dat [verzoekster] koos voor een besloten akkoordprocedure. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd en relatief bevoegd was om het verzoek te behandelen. De noodzaak van de afkoelingsperiode werd onderbouwd met het seizoensgebonden verdienmodel, waarbij in het voorjaar en zomer een substantiële cashflow ontstaat, en het feit dat een faillissement de voortzetting van de onderneming onmogelijk zou maken.
Belanghebbenden, waaronder Cheers Mountain c.s., voerden verweer en betoogden dat het verzoek een vertragingstactiek was en dat de onderneming niet levensvatbaar zou zijn. De rechtbank vond echter summierlijk aannemelijk dat de belangen van alle schuldeisers met de afkoelingsperiode gediend zijn en dat individuele schuldeisers niet wezenlijk worden geschaad.
De rechtbank besloot een afkoelingsperiode van vier maanden toe te wijzen, waarbij beslaglegging en faillissementsverzoeken worden geschorst. Tevens werd een observator benoemd om toezicht te houden op de totstandkoming van het akkoord, met de kosten voor rekening van [verzoekster].
Uitkomst: De rechtbank heeft een afkoelingsperiode van vier maanden gelast en een observator benoemd om de totstandkoming van het akkoord te begeleiden.