De rechtbank Amsterdam heeft verdachte schuldig bevonden aan medeplegen van handel in cocaïne en heroïne gedurende de periode van 26 december 2018 tot en met 22 februari 2021. Dit is vastgesteld op basis van getuigenverklaringen, onder meer van harddrugsgebruikers, WhatsApp-berichten, telefoontaps en een pseudokoop. Verdachte gebruikte vanaf november 2020 een telefoonnummer dat hij had gekocht en handelde onder een bekende dealernaam.
Daarnaast is bewezen verklaard dat verdachte op 22 februari 2021 een geldbedrag van €2.296,05 bij zich had dat afkomstig was uit enig misdrijf, waarmee hij zich schuldig maakte aan eenvoudig witwassen. Verdachte gaf een verklaring over de herkomst van het geld, maar deze werd door de rechtbank niet geloofwaardig geacht.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de lange duur van de handel, het recidivegevaar en het advies van de reclassering. Verdachte toonde motivatie voor begeleiding en hulpverlening. De opgelegde straf bestaat uit 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden zoals meldplicht bij de reclassering en een contactverbod met medeverdachten.
Het geldbedrag van €2.296,05 werd verbeurd verklaard. De rechtbank concludeerde dat verdachte strafbaar is en dat er geen rechtvaardigingsgrond of strafuitsluitingsgrond aanwezig is.