Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[eiseres]
de stichting Stichting Ymere
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- antwoord met producties;
- instructievonnis;
- dagbepaling mondelinge behandeling.
Rechtbank Amsterdam
De huurster huurt sinds 2014 een woning van Ymere en ontdekte in 2019 dat het drinkwater een te hoog loodgehalte had door loden leidingen. Na onderzoek door een geaccrediteerde instelling bleek het loodgehalte 18 µg/l te zijn, wat de wettelijke norm overschrijdt. De huurster vorderde een huurverlaging van 60% met terugwerkende kracht vanaf de huuraanvang in 2014.
Ymere voerde verweer dat zij pas na ontvangst van testresultaten in 2019 bekend was met het gebrek en dat de woning in 2013 was gerenoveerd waarbij loden leidingen waren verwijderd of buiten werking gesteld. De rechtbank oordeelde dat een te hoog loodgehalte in drinkwater een gebrek is, maar dat Ymere dit gebrek niet kende of behoorde te kennen bij aanvang van de huurovereenkomst.
De rechtbank wees de vordering af omdat de huurster niet aannemelijk had gemaakt dat Ymere al in 2014 bekend was met het gebrek. Ymere had de huur na 2019 al met 60% verlaagd. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot huurverlaging met terugwerkende kracht wordt afgewezen omdat verhuurder het gebrek pas in 2019 kende.