Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2021:3179

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 mei 2021
Publicatiedatum
21 juni 2021
Zaaknummer
13/751211-21
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 4 Handvest van de grondrechten van de Europese UnieArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks intrekkingsverzoek

De rechtbank Amsterdam behandelde op 29 april 2021 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Frankrijk op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 11 februari 2021. De opgeëiste persoon had afstand gedaan van zijn recht om gehoord te worden via videoverbinding. De rechtbank verlengde de beslistermijn met dertig dagen om het verzoek zorgvuldig te kunnen beoordelen.

Het EAB betreft strafbare feiten volgens Frans recht, waaronder verkrachting, waarvoor een vrijheidsstraf van ten minste drie jaar staat. De rechtbank stelde vast dat de dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden onderzocht omdat de feiten op de bijlage 1 van de Overleveringswet staan. Hoewel eerdere uitspraken wezen op risico’s van onmenselijke behandeling in de detentie-instelling in Nîmes, werd bevestigd dat de opgeëiste persoon daar niet zal worden gedetineerd.

De raadsman van de opgeëiste persoon meldde dat de moeder van het slachtoffer haar aangifte had ingetrokken en verzocht om intrekking van het EAB. De Franse autoriteiten weigerden dit echter. De rechtbank concludeerde dat het EAB geldig blijft en dat geen weigeringsgronden bestaan. Daarom werd de overlevering toegestaan.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Amsterdam op 12 mei 2021 en is onherroepelijk omdat geen rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Frankrijk toe en wijst het verzoek tot intrekking van het EAB af.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751211-21
RK nummer: 21/1198
Datum uitspraak: 12 mei 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 2 maart 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 11 februari 2021 door
de Openbare aanklager bij de Rechtbank van Lille(Frankrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1977
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
gedetineerd in Detentie Centrum [locatie]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 29 april 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden via een videoverbinding in tegenwoordigheid van de officier van justitie
mr. J.J.M. Asbroek en van de door de opgeëiste persoon gemachtigde raadsman, mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp en door een tolk in de Franse taal.
De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht om door de rechtbank gehoord te worden nu de videoverbinding met de opgeëiste persoon niet tot stand kon worden gebracht.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel afgegeven op 3 februari 2021 door de onderzoeksrechter bij de rechtbank van Lille.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Feiten op deze lijst onder nummer 27, te weten:
Verkrachting.
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Frans recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5.Detentieomstandigheden

De rechtbank heeft in eerdere uitspraken (onder andere ECLI:NL:RBAMS:2017:3763) geoordeeld dat er een reëel gevaar bestaat dat personen die in de detentie-instelling in Nîmes zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld, in de zin van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).
In de e-mail van 22 maart 2021 heeft de
Substitut du Procureur, Section de la réinsertion et du post sententiel, Parquet de Lillelaten weten dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering onder geen enkele omstandigheid in de detentie-instelling in Nîmes zal worden gedetineerd.
Aldus is de rechtbank van oordeel dat de opgeëiste persoon na overlevering aan Frankrijk niet het gevaar loopt aan een behandeling in strijd met artikel 4 Handvest Pro te worden onderworpen.

6.Verzoek tot intrekking EAB

De raadsman heeft meegedeeld dat met betrekking tot de strafvervolging van de opgeëiste persoon in Frankrijk de aangeefster, te weten de moeder van het slachtoffer, haar aangifte heeft ingetrokken. Hierop heeft de raadsman contact opgenomen met het IRC met de vraag of de Franse autoriteit op grond van deze nieuwe informatie bereid is het EAB in te trekken. Via de parketsecretaris heeft de raadsman te horen gekregen dat de Franse autoriteit niet van plan is het EAB in te trekken.
De officier van justitie heeft meegedeeld dat via de liaison officer contact is opgenomen met de Franse autoriteit met de vraag of deze voornemens is het EAB in te trekken. Uit de terugkoppeling van de liaison officer bleek volgens de officier van justitie ter zitting ondubbelzinnig dat de Franse autoriteit hiertoe niet bereid is.
De rechtbank gaat er op grond van het bovenstaande vanuit dat het EAB niet zal worden ingetrokken door de Franse autoriteit en dat het verzoek tot overlevering van de Franse autoriteit van de opgeëiste persoon nog van kracht is.

7.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
de Openbare aanklager bij de Rechtbank van Lille(Frankrijk).
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. N.M. van Waterschoot en J.H. Beestman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 12 mei 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.