Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2021:3263

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 juni 2021
Publicatiedatum
25 juni 2021
Zaaknummer
13/240277-19
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen diefstal met geweld wegens onvoldoende bewijs

Op 31 december 2018 werd aangever beroofd van zijn telefoon onder bedreiging met een mes, waarbij hij ook gewond raakte aan zijn handen. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met een ander deze diefstal met geweld te hebben gepleegd.

Tijdens de terechtzitting op 10 juni 2021 was verdachte niet aanwezig. De rechtbank nam kennis van de vorderingen van het Openbaar Ministerie en de benadeelde partij. De officier van justitie stelde dat verdachte medepleger was, maar de rechtbank vond dat de verklaring van aangever onvoldoende werd ondersteund door andere bewijzen in het dossier.

Ondanks dat aangever verdachte en haar medeverdachte aanwees bij een fotoconfrontatie, ontbraken onafhankelijke getuigenverklaringen en andere onderzoeksgegevens die deze beschuldiging bevestigen. Bovendien was er geen nader onderzoek gedaan naar andere mogelijke daders die door de politie waren genoemd.

De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet voldeed aan het bewijsminimum en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen diefstal met geweld wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS
Parketnummer: 13/240277-19
Datum uitspraak: 24 juni 2021
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres].

1.Onderzoek op de zitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 juni 2021. Verdachte was hierbij niet aanwezig.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. R.W. van Zanten.
Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van wat namens de benadeelde partij, [persoon 1], door zijn raadsman, mr. R.H. Bouwman, naar voren is gebracht.

2.Beschuldiging

Verdachte wordt er – kort weergegeven – van beschuldigd dat zij op 31 december 2018 samen met een ander, [persoon 1] van zijn telefoon heeft beroofd door hem te slaan, een mes te tonen, daarmee stekende bewegingen te maken en daarbij [persoon 1] in zijn handen te snijden.
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage bij dit vonnis.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

3.Vrijspraak

3.1
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Op grond van de bewijsmiddelen in het dossier kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van een diefstal met geweld. Samen met medeverdachte [medeverdachte] zou zij, na geweld te hebben gebruikt tegen aangever, zijn telefoon hebben meegenomen. Wel moet verdachte partieel worden vrijgesproken van dat deel van de tenlastelegging dat ziet op het doorzoeken van de jas omdat dit geen geweldshandeling of dreiging daarmee is.
3.2
Oordeel van de rechtbank
Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen van diefstal met geweld.
Aangever heeft verklaard dat hij op 31 december 2018 door een voor hem onbekende man en vrouw onder bedreiging van een mes is beroofd en daarbij gewond is geraakt aan zijn handen. Volgens getuige [getuige] is aangever beroofd door de zus van [persoon 2] en na navraag bij de wijkagent komt de politie bij verdachte uit. Verdachte en haar medeverdachte ontkennen en zij verklaart aangever en getuige [getuige] niet te kennen. Uit onderzoek van een wijkagent komen vervolgens twee namen van potentiële daders naar voren, niet zijnde verdachte en haar medeverdachte. Hier is geen verder onderzoek naar verricht. Op 29 oktober 2020 verklaart aangever aanvullend dat ‘[naam]’ de persoon is geweest die hem heeft beroofd en dat zij haar excuses aan hem heeft aangeboden in maart of april van 2020. Op 8 juni 2021 zijn door de politie bij een enkelvoudige fotoconfrontatie aan aangever foto’s getoond van verdachte en medeverdachte [medeverdachte], waarbij aangever hen heeft aangewezen als daders. Aangever heeft verklaard verdachte zo’n vijf tot zes keer te hebben gezien na het incident.
De verklaring van aangever wordt niet ondersteund door de overige stukken in het dossier. Daarnaast is niet onderzocht wat de betrokkenheid van de door de wijkagent genoemde potentiële daders is geweest. Dat aangever verdachte en medeverdachte heeft aangewezen als dader bij de enkelvoudige fotoconfrontatie maakt dit niet anders.
De rechtbank hecht voorts geen waarde aan de enkelvoudige fotoconfrontatie waarbij aan aangever foto’s van verdachte en haar medeverdachte zijn getoond nu aangever nadien hen meermalen heeft gezien.
De verweten betrokkenheid van verdachte blijkt alleen uit de verklaring van aangever en wordt niet ondersteund door verklaringen van onafhankelijke en/of objectieve getuigen. Daarnaast wordt de verklaring van aangever ook niet ondersteund door andere onderzoeksgegevens. Bij die stand van zaken zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het haar tenlastegelegde.

4.Vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij, [persoon 1], vordert € 748,99 bestaande uit € 248,99 aan materiële schadevergoeding en € 500,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Omdat de rechtbank verdachte vrijspreekt, wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

5.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart
[persoon 1]niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M. Smit, voorzitter,
mrs. G. Oldekamp en W.M. van der Most, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.A. Mud, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 juni 2021.
[...]