Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek op de zitting
mr. R.W. van Zanten.
2.Beschuldiging
3.Vrijspraak
4.Vordering van de benadeelde partij
5.Beslissing
[persoon 1]niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Op 31 december 2018 werd aangever beroofd van zijn telefoon onder bedreiging met een mes, waarbij hij ook gewond raakte aan zijn handen. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met een ander deze diefstal met geweld te hebben gepleegd.
Tijdens de terechtzitting op 10 juni 2021 was verdachte niet aanwezig. De rechtbank nam kennis van de vorderingen van het Openbaar Ministerie en de benadeelde partij. De officier van justitie stelde dat verdachte medepleger was, maar de rechtbank vond dat de verklaring van aangever onvoldoende werd ondersteund door andere bewijzen in het dossier.
Ondanks dat aangever verdachte en haar medeverdachte aanwees bij een fotoconfrontatie, ontbraken onafhankelijke getuigenverklaringen en andere onderzoeksgegevens die deze beschuldiging bevestigen. Bovendien was er geen nader onderzoek gedaan naar andere mogelijke daders die door de politie waren genoemd.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet voldeed aan het bewijsminimum en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen diefstal met geweld wegens onvoldoende bewijs.