Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[veroordeelde] ,
Procesgang
- het vonnis van deze rechtbank van 20 maart 2019, waarin begrepen de beslissing van de rechtbank ex artikel 38n lid 3 van het Wetboek van Strafrecht tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel na 9 maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel;
- de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 22 januari 2020, waarbij na een tussentijdse toetsing is beslist dat de ISD-maatregel dient te worden voortgezet, alsmede dat na 3 maanden de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel opnieuw zal worden getoetst;
- de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 7 mei 2020, waarbij na een tussentijdse toetsing is beslist dat de ISD-maatregel dient te worden voortgezet;
- de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 september 2020, gewezen naar aanleiding van het door veroordeelde ingestelde beroep tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 7 mei 2020, waarbij de beslissing van de rechtbank is bevestigd en waarbij tevens is bepaald dat de noodzaak tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tussentijds wordt getoetst vóór 1 januari 2021;
- een ongedateerd Verslag tussentijdse toetsing verblijfsplan ISD extramuraal, opgesteld ten behoeve van de zitting van 7 januari 2021;
- een voortgangsverslag van Jeugdbescherming & Reclassering van het Leger des Heils (hierna de Reclassering) van 22 december 2020, alsmede een voortgangsverslag van dezelfde instelling van 25 november 2020;
- een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende veroordeelde van 18 december 2020.