Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
Used Products’ kon verkopen. Verdachte ging er om die reden vanuit dat de horloges niet als gestolen geregistreerd zouden staan. Bij
Used Productswordt dat immers altijd nagekeken in het register. Pas later, toen hij in zijn woning de Albert Heijn-tas openmaakte waarin de horloges zaten en de prijskaartjes aan de horloges zag, kreeg verdachte het vermoeden dat het wel eens om gestolen horloges zou kunnen gaan. Wie die persoon, waarvan hij de horloges heeft gekregen, is heeft verdachte niet willen verklaren.
Used Productskon verkopen en degene van wie hij de horloges had gekregen kende als iemand die handelde in namaakspullen, acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte ten tijde van het verkrijgen van de horloges wist dat het ging om gestolen goederen. De rechtbank spreekt verdachte daarmee vrij van opzetheling.
4.Bewezenverklaring
5.Bewijs
6.Motivering van de straf
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Voorlopige hechtenis
10.Beslissing
schuldheling
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
tien (10) weken.