ECLI:NL:RBAMS:2021:349
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Amsterdam behandelde de ontnemingsvordering van de officier van justitie tegen veroordeelde, die was veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk openbaar maken van onware jaarcijfers. De officier van justitie stelde dat veroordeelde een wederrechtelijk voordeel van €3.430.000 had verkregen via een krediet verstrekt aan een vennootschap, dat gebaseerd was op misleiding door onjuiste jaarcijfers.
Tijdens de inhoudelijke behandeling heeft de verdediging betoogd dat het krediet op normale voorwaarden was verstrekt aan een solvabele vennootschap en dat het krediet geen direct gevolg was van het bedrog. De rechtbank concludeerde dat onvoldoende was komen vast te staan dat het bedrog in de jaarcijfers heeft geleid tot het verkrijgen van het krediet van de bank.
De rechtbank oordeelde dat de ontnemingsvordering daarom niet kan worden toegewezen, omdat het wederrechtelijk verkregen voordeel niet aannemelijk is gemaakt. De vordering van de officier van justitie wordt afgewezen. Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 1 februari 2021.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat het bedrog heeft geleid tot het verkrijgen van het krediet en daarmee tot wederrechtelijk verkregen voordeel.