ECLI:NL:RBAMS:2021:350
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Amsterdam behandelde de ontnemingsvordering van de officier van justitie tegen de veroordeelde, die was veroordeeld voor medeplegen van het openbaar maken van onware jaarcijfers en het gebruik van valse geschriften. De officier van justitie stelde dat veroordeelde €1.470.000,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel had behaald via een krediet dat was verkregen door misleiding.
Tijdens de inhoudelijke behandeling voerde de verdediging aan dat het krediet op normale voorwaarden was verstrekt aan een solvabele vennootschap en dat er geen causaal verband was tussen de strafbare feiten en het krediet. Ook werd betwist dat veroordeelde de macht had over de vennootschap die het voordeel zou hebben ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat het onvoldoende was komen vast te staan dat het bedrog en de valse Letters of Representation hebben geleid tot het verkrijgen van het krediet. Er was geen bewijs dat de beurskoers hoger was door de strafbare feiten of dat deze koers bepalend was voor het krediet. Daarom werd de ontnemingsvordering afgewezen.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk verkregen voordeel.