Op 23 januari 2019 heeft verdachte zijn ex-vrouw meermalen gestoken en gesneden met een vleesmes, wat leidde tot haar overlijden. De rechtbank acht bewezen dat verdachte doodslag heeft gepleegd, maar niet moord wegens gebrek aan voorbedachte raad.
De rechtbank weegt de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer en de nabestaanden, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een persoonlijkheidsstoornis. Ondanks het advies van de officier van justitie om tbs met dwangverpleging op te leggen, ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten hiervoor en legt een gevangenisstraf van 10 jaar op.
Daarnaast wijst de rechtbank schadevergoedingen toe aan de minderjarige dochter en de stiefvader van het slachtoffer voor shock- en affectieschade. De vordering van de biologische vader wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende bewijs van een affectieve band.
Het mes wordt verbeurd verklaard, en kledingstukken worden teruggegeven. De rechtbank bepaalt dat de schadevergoedingen op speciale rekeningen met BEM-clausule worden gestort ter bescherming van de minderjarige belangen.