Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
[vergunninghouder], te [plaatsnaam] , vergunninghouder
Procesverloop
Overwegingen
zijgevel en niet dicht tegen de
achtergevel van [adres] staat. In het advies van [naam] staat enkel de afstand tot de erfafscheiding (4 meter), afstand tot de gevel (4 meter) en de hoogte van de boom (circa 16 meter) aangegeven. Daaruit kan niet worden opgemaakt dat de boom in dat deel van de tuin staat dat grenst aan de straat en de zijgevel. Uit het bestreden besluit kan ook niet worden opgemaakt dat verweerder dit heeft onderkend. En dat had wel gemoeten, gelet op de formulering van de uitzondering in het beleid op grond waarvan verweerder tot vergunningverlening heeft besloten. Lichtbenemening vormt, gelet op het beleid zoals neergelegd in bijlage 3 bij het Structuurplan voor Groen in [stadsdeel] 2012 geen reden voor vergunningverlening vanwege de positie van boom 2 ten opzichte van de woning. De in het beleid genoemde uitzondering doet zich hier niet voor. Daarom is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid is genomen en onvoldoende is gemotiveerd. Het bestreden besluit komt daarom in aanmerking om te worden vernietigd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij een omgevingsvergunning voor ‘boom 2’ is verleend;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- verklaart het bezwaar van vergunninghouder tegen het primaire besluit ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan verzoekster te vergoeden;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,- aan verzoekster te vergoeden.