RPHS en REI sloten in 2014 overeenkomsten voor advisering en uitvoering van een vastgoedproject in Bilthoven. In 2016 ontstond onduidelijkheid over de voortzetting en facturatie van werkzaamheden, waarbij RPHS deels op basis van e-mails en offertes werkzaamheden uitvoerde. REI betwistte de betalingsverplichting en de bevoegdheid van haar projectmanager [naam 2] om opdrachten te verlenen.
De rechtbank stelde vast dat RPHS redelijkerwijs mocht vertrouwen op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [naam 2] op grond van schijn van volmacht. De opdracht voor de werkzaamheden vanaf 50% van het definitief ontwerp was gedeeltelijk aanvaard via e-mail. De werkzaamheden tot 21 april 2016 zijn als uitgevoerd in opdracht erkend, waarna REI de opdracht stopzette.
De rechtbank mat de vergoeding voor de werkzaamheden op 30% van het totale honorarium uit de offerte, vanwege onzekerheden en beperkte duur van de werkzaamheden. Vier andere facturen voor regiewerkzaamheden werden afgewezen wegens vervallen grondslag. De DNR-regeling was niet van toepassing. REI werd veroordeeld tot betaling van €44.255,66 plus rente en proceskosten.