Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Verloop van de procedure
- het wrakingsverzoek van 11 april 2021;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 6 mei 2021;
- de schriftelijke reactie van verzoekster met bijlagen ingekomen op 14 mei 2021.
Rechtbank Amsterdam
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter M. van Walraven in een huurgeschil, waarin zij stelde dat de rechter onpartijdigheid had geschonden door het niet honoreren van een aanhoudingsverzoek, het onderbreken tijdens pleitnota en het vroegtijdig afwijzen van haar centrale argumenten.
De rechter heeft gemotiveerd dat haar beslissingen waren gericht op een voortvarende behandeling en niet voortkwamen uit vooringenomenheid. De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en zowel verzoekster als de rechter gehoord.
De rechtbank overwoog dat een rechterlijke beslissing zelf geen grond voor wraking kan zijn, conform het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018. De subjectieve perceptie van verzoekster volstaat niet; er moeten objectieve aanwijzingen zijn voor partijdigheid.
De rechtbank concludeerde dat de rechter onpartijdig heeft gehandeld, het beginsel van hoor en wederhoor is gerespecteerd en dat geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die de onpartijdigheid aantasten. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.