Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Beslissing
het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolgingvan verdachte.
Rechtbank Amsterdam
In deze strafzaak tegen verdachte wegens ontuchtige handelingen met een minderjarige, heeft de rechtbank Amsterdam het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. De tenlastelegging betrof seksuele handelingen met een persoon die destijds tussen de twaalf en zestien jaar oud was, gepleegd in de periode van januari tot mei 2010.
De verdediging stelde dat het tijdsverloop en het niet horen van getuigen – ondanks verzoeken daartoe in 2014 – het recht op een eerlijk proces ernstig schaadden. De officier van justitie was van mening dat het OM ontvankelijk moest blijven, ondanks het tijdsverloop.
De rechtbank oordeelde dat het langdurige tijdsverloop gecombineerd met het nalaten van het horen van getuigen, waardoor de betrouwbaarheid van de aangever niet adequaat kon worden getoetst, een ernstige schending van het verdedigingsbelang vormde. Dit leidde tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, omdat de vervolging niet in overeenstemming was met de beginselen van een goede procesorde.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van het recht op een eerlijk proces door langdurig tijdsverloop en nalaten van getuigenverhoor.