Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Conclusie
De aanleiding voor deze rechtszaak
Het oordeel van de rechtbank
helemaal niette hoeven inburgeren. De minister heeft dit verzoek terecht afgewezen, zoals hiervoor is gemotiveerd. De minister mag dus nog steeds van eiseres eisen dat zij aan de inburgeringsplicht voldoet, ook al bevindt zij zich op dit moment in een zeer moeilijke persoonlijke situatie. Met die persoonlijke situatie zal uiteraard wel rekening moeten worden gehouden als het gaat om de vraag
wanneermevrouw aan de inburgeringsplicht moet hebben voldaan. De rechtbank heeft op de zitting de gedachte uitgesproken dat eiseres juist ook baat kan hebben bij het volgen van alfabetiseringslessen, het leren hanteren van haar angstklachten en het opdoen van basiskennis over de Nederlandse maatschappij, waarin niet alleen zijzelf maar ook haar kinderen leven. Op de zitting heeft de gemachtigde van de minister toegelicht welke stappen eiseres kan zetten om de nodige hulp te organiseren, bij welke instanties zij kan aankloppen en dat er meerdere onderwijsvormen mogelijk zijn. Het is aan eiseres om zich, wanneer zij in rustiger vaarwater is gekomen, hiervoor te gaan inspannen. Het is aan eiseres om de volgorde hierin te bepalen, zolang zij maar voor afloop van de inburgeringstermijn examen doet. In navolging van Argonaut wijst de rechtbank evenwel op de mogelijkheid om een verzoek te doen om vrijstelling te krijgen op basis van het hebben voldaan aan de inspanningsverplichting, in het geval dat na verloop van tijd zou blijken dat ook de door Argonaut en verweerder aangegeven oplossingsrichtingen geen soelaas bieden. Voor die conclusie is het nu echter nog te vroeg.
dateiseres dus in beginsel moet inburgeren, moet worden onderscheiden van de kwestie
hoeveel tijdzij moet krijgen om in te burgeren. De gemachtigde van de minister heeft op de zitting gemeld dat de inburgeringstermijn nu op 23 december 2022 afloopt. Namens de minister heeft zij op de zitting toegezegd dat een ruime uitstel van de inburgeringsplicht mogelijk is als eiseres daarom vraagt. De rechtbank kan zich dat goed voorstellen.
Beslissing
.