ECLI:NL:RBAMS:2021:4106

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 juli 2021
Publicatiedatum
6 augustus 2021
Zaaknummer
20/1221
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep UWV ongegrond verklaard

Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 27 januari 2020. De rechtbank heeft dit beroep op 22 mei 2020 niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant geen beroepsgronden had ingediend binnen de gestelde termijn.

Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposant verzet ingesteld. Tijdens de zitting op 5 juli 2021, waar opposant niet aanwezig was, heeft de rechtbank het verzet beoordeeld. De rechtbank concludeert dat het verzet ongegrond is omdat opposant de beroepsgronden niet tijdig heeft ingediend, ondanks een verzoek van de rechtbank om deze binnen vier weken aan te leveren.

De rechtbank handhaaft de eerdere buiten-zitting-uitspraak en ziet geen aanleiding om het beroep alsnog inhoudelijk te beoordelen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 20/1221
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[opposant] , te Driouch Marokko, opposant

Procesverloop

Opposant heeft tegen een besluit van 27 januari 2020 (het bestreden besluit) van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv) beroep ingesteld.
In een uitspraak van 22 mei 2020 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 juli 2021. Opposant is niet verschenen.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposant geen beroepsgronden heeft.
3. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
4. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat hij gronden heeft ingediend tegen het bestreden besluit.
5. De rechtbank stelt vast dat opposant met een brief van 10 februari 2020 een beroepschrift heeft ingediend bij de rechtbank. Het beroepschrift is op 26 februari 2020 ontvangen door de rechtbank. In het beroepschrift heeft eiser het volgende aangevoerd:
“Ik verzoek van Rechtbank om die beschikking te vernietigen en nieuwe besluit te doen. Ik eis dat mijn beroepschrift gegrond te verklaren.”
6. Met een per aangetekende post verzonden brief van 27 februari 2020 heeft de rechtbank eiser verzocht de gronden van het beroep mee te delen. Opposant heeft hiervoor een termijn van vier weken gekregen. Opposant heeft binnen deze termijn geen gronden ingediend. Op 2 juli 2020 heeft de rechtbank een aanvullend beroepschrift ontvangen van opposant. Dit beroepschrift is 20 maart 2020 gedateerd.
De rechtbank stelt vast dat het aanvullend beroepschriftruim na de door de rechtbank verleende vier weken is ontvangen. De rechtbank ziet in hetgeen opposant in verzet heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Het te laat indienen van de beroepsgronden komt voor rekening en risico van opposant.
7. De buitenzitting-uitspraak blijft daarom in stand. Aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden komt de rechtbank niet toe.
8. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Broekhuis, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.N. Linzey, griffier, op 5 juli 2021.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.