Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Beoordeling van het in zaak A ten laste gelegde
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 juli 2021;
- het proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2019217352-2 van 15 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , doorgenummerde pag. 22-24, inhoudende de verklaring van [aangever 1] ;
- het proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2019217352-3 van 21 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] , inhoudende de verklaring van [aangever 1] ;
- het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict [adres 2] Amsterdam met nummer PL1300-2019217352-59 van 1 december 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , doorgenummerde pag. 110-112.
5.Beoordeling van het in zaak B ten laste gelegde
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 juli 2021;
- het geschrift, zijnde een aangifteformulier winkeldiefstal bij de onderneming Albert Heijn, gevestigd [adres 3] te Amsterdam van 15 september 2020, met nummer 2020195489, doorgenummerde pag. 3-4, inhoudende de verklaring van [aangever 2] .
6.Beoordeling van het in zaak C ten laste gelegde
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 juli 2021;
- het proces-verbaal aanhouding verdachte met nummer PL1300-2021042599-2 van 27 februari 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] , niet doorgenummerd, inhoudende de verklaring van voornoemde opsporingsambtenaar;
- het proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2021042599-7 van 4 maart 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] , niet doorgenummerd, inhoudende de verklaring van [aangever 3] namens [bedrijf]
7.Bewezenverklaring
8.Strafbaarheid van de feiten
9.Strafbaarheid van verdachte
10.Motivering van de straf
d.d. 28 mei 2021 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Hij zal dan ook worden aangemerkt als first offender.
[verdachte] is door zijn gedragsproblematiek naar het speciaal onderwijs gegaan. [verdachte] voelt zich niet veilig in de klas of op school. Hij geeft aan dat hij enorm wordt uitgedaagd of geïrriteerd. Medio december 2019 is [verdachte] overgeplaatst naar [school] in Hoofddorp. Daar is een deeltijdrooster voor hem gemaakt, omdat gezien werd dat hij een hele dag in de klas niet aankan. In een uitvoerdersoverleg in maart 2020 is naar voren gekomen dat [verdachte] duidelijkheid en structuur nodig heeft en een zo prikkelarm mogelijk dagschema, zodat hij dit kan naleven en een succeservaring kan hebben bij evaluaties. De Waag is bezig met diagnostiek en behandeling. [verdachte] is in het verleden veel gepest door buurtkinderen en groepen jongens uit de buurt. Ook werd hij ingezet voor kattenkwaad. [verdachte] heeft geen aansluiting met klasgenoten. Hij doet iets wonderlijks in contact, kan zich groter voordoen door namen te noemen van jongens met criminele contacten of over vrienden van klasgenoten beginnen en daar negatief over zijn. [verdachte] lijkt antisociaal gedrag te bewonderen en is enorm beïnvloedbaar. Vanuit De Bascule is er bij [verdachte] PDD/NOS en een angststoornis gediagnosticeerd. [verdachte] krijgt Ritalin voor zijn concentratie op school. Het is belangrijk dat duidelijk wordt of er wellicht een hechtingsstoornis ten grondslag ligt aan de gedragsproblematiek van [verdachte] . [verdachte] is zich niet bewust van zijn gedrag. Het lijkt alsof hij op zoek gaat naar spanning en opkijkt naar antisociale jongens. Daarnaast ziet hij niet zijn eigen aandeel wanneer hij in vervelende situaties terecht komt. Het belang van het voorkomen van herhaling is dat [verdachte] situaties gaat herkennen om weerstand te kunnen bieden of uit situaties weg te lopen om herhaling te voorkomen. Het lijkt erop dat [verdachte] geen vaardigheden heeft om moeilijke situaties beheersbaar te maken of zich bewust te zijn van de keuzes die hij maakt. Wanneer sprake is van maatwerk, is het mogelijk dat [verdachte] kan profiteren van een aanpak gericht op gedragsverandering. De Raad ziet risico’s op basis van zijn concentratieproblemen, waar [verdachte] medicatie voor slikt. [verdachte] heeft een korte spanningsboog en mogelijk door trauma en/of hechtingsproblematiek psychische stoornissen.
[verdachte] is per september 2020 geplaatst bij Pluryn nadat hij in september in aanraking kwam met politie. Gezien er reeds problemen waren in de ouder-kind interactie en Jeugdbescherming reeds een verzoek tot onderzoek en uithuisplaatsing had ingediend, is hij ter behandeling geplaatst bij Pluryn.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte]daarvoor strafbaar.
werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, met aftrek van de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzijlater anders wordt gelast.
onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- meewerkt aan behandeling door Pluryn of een andere instantie, te bepalen door Jeugdbescheming Regio Amsterdam in het civiele kader;
- zonder ongeoorloofd te verzuimen naar school gaat volgens het rooster, waaronder ook begrepen online onderwijs en daarnaast zijn huiswerk maakt.