ECLI:NL:RBAMS:2021:4199

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 juli 2021
Publicatiedatum
13 augustus 2021
Zaaknummer
21-003990
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond beklag tot teruggave van in beslag genomen jas wegens ontbreken strafvorderlijk belang

Op 1 juni 2020 werd een jas in beslag genomen op grond van artikel 94 Sv Pro in een strafvorderlijk onderzoek tegen klager, die verdacht werd van poging tot doodslag of moord. Uit de sepotbrief van 11 mei 2021 blijkt dat klager niet wordt vervolgd. Klager diende op 24 maart 2021 een beklag in op grond van artikel 552a Sv tot teruggave van de jas.

De rechtbank oordeelt dat klager ontvankelijk is in het beklag, ondanks dat dit twee jaar na inbeslagneming is ingediend. Het Openbaar Ministerie verzet zich niet tegen teruggave en erkent dat de jas eerder aan een verkeerde persoon is teruggegeven. De rechtbank beoordeelt dat het strafvorderlijk belang niet langer het beslag rechtvaardigt.

De jas behoort naar het oordeel van de rechtbank aan klager toe. Gezien het ontbreken van een strafvorderlijk belang en het feit dat klager de rechthebbende is, verklaart de rechtbank het beklag gegrond en gelast de teruggave van de jas aan klager.

Uitkomst: Het beklag wordt gegrond verklaard en de jas wordt aan klager teruggegeven.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-295004-20
raadkamernummer : 21-003990
datum : 16 juli 2021
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager/beslagene],

geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats],
wonende op het adres [adres], [plaats],
woonplaats kiezend op het kantooradres van mr. N.D. de Fluiter,
advocaat te Amsterdam,
[adres, te plaats],
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.

Feiten

Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv Pro, blijkt dat op 1 juni 2020 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen hem een jas in beslag is genomen.

Procedure

Het klaagschrift is op 24 maart 2021 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 16 juli 2021 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de officier van justitie, mr. L. Nuy, op zitting gehoord.
De klager en de raadsman, mr. N.D. de Fluiter zijn, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

Beklag

Het beklag strekt tot teruggave van de in beslag genomen jas.
In het klaagschrift is opgenomen dat klager de rechthebbende is van de jas. Klager verzoekt de teruggave van de jas te bevelen, omdat er geen strafvorderlijk belang is dat zich tegen de teruggave van de jas verzet.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft in openbare raadkamer naar voren gebracht dat het Openbaar Ministerie voornemens was om de jas terug te geven. De jas is echter aan de verkeerde persoon teruggeven. Er wordt uitgezocht waar dit fout is gegaan. Het Openbaar Ministerie verzet zich echter niet tegen teruggave van de in beslag genomen jas aan de klager.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend twee jaren na inbeslagneming. De klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
De rechtbank is aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens nagegaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. Hiervan is de rechtbank niet gebleken.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast.
Als er geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, -ook in een zaak betreffende een ander dan de klager-, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
Op 1 juni 2020 is de jas op de voet van artikel 94 Sv Pro in beslag genomen.
Klager werd – kort gezegd – verdacht van poging doodslag/moord. Uit de sepotbrief van 11 mei 2021 blijkt dat klager niet wordt vervolgd.
De officier van justitie heeft verklaard dat het strafvorderlijk belang zich niet verzet tegen opheffing van het beslag.
Hoofdregel is dat hetgeen in beslag is genomen wordt teruggegeven aan de beslagene.
De rechtbank acht voorts voldoende aannemelijk geworden dat de in beslag genomen jas aan de klager toebehoort. De rechtbank zal het beklag gegrond verklaren en de teruggave aan de klager gelasten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave aan de klager van de jas met goednummer: 5928014.
Deze beslissing is gegeven door
mr. D. van den Brink, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. C.T St. Rose, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2021.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na dagtekening van deze beschikking.