Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2021:4227

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 juni 2021
Publicatiedatum
13 augustus 2021
Zaaknummer
13/751443-21
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 2 OLWArt. 5 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor tenuitvoerlegging vrijheidsstraffen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 juni 2021 de vordering tot overlevering van een Poolse opgeëiste persoon op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Lublin, Polen. De opgeëiste persoon werd verdacht van het ondergaan van vrijheidsstraffen die in Polen zijn opgelegd.

De verdediging voerde aan dat de opgeëiste persoon niet op de hoogte was van het vonnis in een van de zaken (II K 1040/14), omdat hij was opgeroepen op een onbewoonbaar verklaard adres en niet bij het proces aanwezig was. De rechtbank oordeelde dat de opgeëiste persoon wel degelijk in persoon op de hoogte was gesteld van de zittingsdatum en dat de weigeringsgrond van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW) niet van toepassing was.

De rechtbank stelde vast dat de feiten waarvoor overlevering werd gevraagd, waaronder bedreiging en poging tot verduistering, voldoen aan het vereiste van dubbele strafbaarheid. Het EAB voldeed aan alle wettelijke eisen en er waren geen andere weigeringsgronden. Daarom werd de overlevering toegestaan.

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en de griffier op 24 juni 2021.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam wijst de overlevering toe van de opgeëiste persoon aan Polen voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751443-21
RK nummer: 21/2166
Datum uitspraak: 24 juni 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 19 april 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 9 juni 2020 door
the Regional Court in Lublin(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[naam opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Polen) [geboortedag]
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 juni 2021. Het verhoor heeft via een videoverbinding plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie
mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat te Haarlem en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een tweetal vonnissen:
- vonnis II K 1040/14: gewezen op 28 april 2015 door
the District Court in Pulawywaarin de opgeëiste persoon is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar en 10 maanden waarvan volgens het EAB nog 1 jaar en 7 maanden en 20 dagen resteren;
- vonnis II K 404/15: gewezen op 27 januari 2016 door
the District Court in Pulawywaarin de opgeëiste persoon is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar, waarvan volgens het EAB de volledige straf nog moet worden uitgezeten. Volgens de informatie in het EAB was de opgeëiste persoon bij het proces aanwezig.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.
Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro in zaak II K 1040/14

Standpunt verdediging
De raadsman voert aan dat de opgeëiste persoon in de zaak II K 1040/14 is opgeroepen op een adres dat onbewoonbaar is verklaard en dat hij niet op de hoogte was van het vonnis.
De opgeëiste persoon is niet verschenen bij het proces en hij is niet vertegenwoordigd door een gemachtigd raadsman. Op grond hiervan is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro van toepassing en dient de overlevering voor dit vonnis te worden geweigerd.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro geen toepassing vindt en dat de overlevering kan worden toegestaan.
De opgeëiste persoon is namelijk niet bij het proces in zaak II K 1040/14 aanwezig geweest maar wel in persoon opgeroepen. Bovendien heeft de opgeëiste persoon in voorlopige hechtenis doorgebracht en moet hij dus van het proces hebben geweten.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank leidt uit de onder d) in het EAB gegeven informatie af dat de opgeëiste persoon niet is verschenen bij het proces dat tot het vonnis II K 1040/14 heeft geleid. Op grond hiervan dient de rechtbank te toetsen of de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro van toepassing is.
In het EAB is vermeld dat de opgeëiste persoon tijdens de zitting van 3 maart 2015 in persoon op de hoogte is gebracht van de volgende zittingsdatum waarbij is meegedeeld wat de gevolgen zullen zijn bij niet verschijnen. Gelet op het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van deze informatie en is de rechtbank van oordeel dat de uitzondering van artikel
12 onder a OLW zich voordoet. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is niet van toepassing. De rechtbank verwerpt het verweer.

5.Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd en de feiten dus dubbel strafbaar zijn.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
en
poging tot verduistering
en
overtreding van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994
en
overtreding van artikel 9, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 45, 285 en 322 Wetboek van Strafrecht, de artikelen 8, 9 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[naam opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Lublin(Polen).
Aldus gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. C. Huizing-Bruil en J.H. Beestman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 24 juni 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.