ECLI:NL:RBAMS:2021:4248
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging Ziektewetuitkering
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om haar Ziektewetuitkering te beëindigen per 24 april 2021. Het bezwaar is ongegrond verklaard, waarna verzoekster een voorlopige voorziening heeft gevraagd bij de rechtbank Amsterdam.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op zitting en beoordeeld of de medische en arbeidskundige rapporten waarop het UWV zich baseert, voldoende gemotiveerd zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft uitgebreid gereageerd op de medische stukken van verzoekster en bevestigd dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) passend zijn. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft eveneens gemotiveerd dat de door haar geselecteerde functies geschikt zijn voor verzoekster, ondanks haar klachten over trillingen en schokken.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit niet berust op een onvoldoende onderzoek of motivering. Er is geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Wel wordt verzoekster gelegenheid geboden om nadere medische gegevens te verzamelen voor het bodemgeding. Het verzoek om griffierechtvrijstelling wordt toegewezen, maar er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt afgewezen.