Rotan, een Duitse bouwonderneming, en Takenaka, een Nederlands ingenieursbureau, sloten een aannemingsovereenkomst voor werkzaamheden aan een productiefaciliteit in Geleen. Tijdens de uitvoering ontstond onenigheid over de kwaliteit en voortgang van het werk. Takenaka stelde Rotan meerdere keren per e-mail aan de kaak vanwege vermeende tekortkomingen en beëindigde uiteindelijk de overeenkomst.
Takenaka beriep zich op ontbinding van de overeenkomst op grond van paragraaf 46 lid 1 UAV 2012, waarbij een ingebrekestelling vereist is. De rechtbank oordeelde dat de e-mails van Takenaka onvoldoende concreet waren om als ingebrekestelling te gelden, omdat niet duidelijk was welke verplichtingen niet waren nagekomen en binnen welke termijn herstel moest plaatsvinden.
De rechtbank verwierp ook het verweer van Takenaka dat verzuim zonder ingebrekestelling was ingetreden en dat een ingebrekestelling zinloos zou zijn. Hierdoor werd de opzegging beschouwd als beëindiging in onvoltooide staat conform paragraaf 14 UAV 2012. De rechtbank stelde de vergoeding aan Rotan vast op basis van de aanneemsom, vermeerderd met erkend meerwerk en verminderd met bespaarde kosten en reeds betaalde bedragen.
De vorderingen van Takenaka in reconventie wegens tekortkoming werden afgewezen. Takenaka werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten aan Rotan. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.