Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
[belanghebbende], te Amsterdam, vergunninghouder
Procesverloop
Overwegingen
. [2]
Beslissing
mr. C. Pasteuning, griffier.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam voor de verbouwing van een gebouw tot een containerhotel met 170 kamers en drie winkels in Amsterdam Noord. Eiser, een omwonende, vreesde overlast en stelde dat het initiatief niet paste binnen de groene woonwijk. Hij voerde onder meer aan dat het hotel niet voldeed aan het overnachtingsbeleid en dat er geen hoorzitting had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat het project binnen het geldende bestemmingsplan en de partiële herzieningen valt, waardoor toetsing aan het overnachtingsbeleid niet vereist is. De vraag of eiser belanghebbende is, bleef onbesproken vanwege een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak die het beroep ontvankelijk verklaarde. Het beroep op het ontbreken van een hoorzitting werd verworpen omdat de Awb en Wabo geen recht op een hoorzitting bieden bij schriftelijke zienswijzen.
Verder werd het welstandsadvies als voldoende beoordeeld ondanks de summiere toelichting, en stelde de rechtbank vast dat het bestemmingsplan geen minimale parkeereisen stelt. De rechtbank concludeerde dat verweerder de vergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen en wees het beroep af. Er werd geen vergoeding van griffierechten of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het containerhotel wordt ongegrond verklaard.