ECLI:NL:RBAMS:2021:435
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering VOG afgewezen wegens onvoldoende belangenafweging bij recidive en persoonlijke omstandigheden
Eiseres vroeg een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aan voor een functie in de zorg, maar de minister weigerde deze vanwege haar justitiële antecedenten binnen de vierjarige terugkijktermijn. De rechtbank oordeelde dat hoewel het objectieve criterium voor weigering was vervuld, de minister onvoldoende rekening had gehouden met het subjectieve criterium, waaronder het tijdsverloop sinds het laatste strafbare feit, de positieve persoonlijke ontwikkeling van eiseres en haar succesvolle taakstraf bij de zorginstelling.
De rechtbank stelde vast dat de verklaringen van de reclassering en psycholoog, die het risico op herhaling als verminderd inschatten, onvoldoende waren meegewogen. Ook had de minister het tijdsverloop vanaf de pleegdatum van het laatste delict moeten betrekken, wat een betere indicatie geeft voor gedragsverbetering dan de veroordelingsdatum.
Gelet op deze tekortkomingen in de belangenafweging oordeelde de rechtbank dat het belang van eiseres bij het verkrijgen van de VOG zwaarder weegt dan het risico voor de samenleving. Het bestreden besluit werd vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de VOG wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.