De rechtbank Amsterdam behandelde op 13 juli 2021 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Landgericht Hamburg. De verdachte, geboren in Bulgarije en gedetineerd in Nederland, werd verdacht van ontvoering en racketeering, strafbare feiten waarvoor in Duitsland een gevangenisstraf van drie jaar is opgelegd waarvan nog 890 dagen resteren.
De procedure omvatte een openbare zitting op 10 juni 2021, die werd aangehouden vanwege quarantaine van de verdachte, en een vervolgzitting op 29 juni 2021 waarbij het verhoor via telehoren plaatsvond. De verdachte werd bijgestaan door een raadsman en een Bulgaarse tolk. De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen en dat er geen weigeringsgronden waren.
De rechtbank concludeerde dat het feit waarvoor overlevering wordt verzocht voorkomt op de lijst van strafbare feiten in bijlage 1 van de Overleveringswet, waardoor onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft. Gezien de aard van het feit en de resterende straf werd de overlevering toegestaan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.