Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het vonnis van 27 januari 2021 in het incident;
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties;
- het vonnis 21 april 2021;
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte houdende vermeerdering van eis met productie;
- het B8 formulier met producties van 24 juni 2021 van de zijde van de man;
- de akte houdende overlegging producties tevens aanvulling van eis van 25 juni 2021 van de zijde van de vrouw;
- het B8-formulier met nagezonden productie van 28 juni 2021 van de zijde van de vrouw;
- het B8-formulier met producties van 1 juli 2021 van de zijde van de vrouw;
- het B8-formulier met productie van 6 juli 2021 van de zijde van de man;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 8 juli 2021.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
Primair
tussenvonnisvoor recht te verklaren dat de vrouw aan de man uit hoofde van het finaal verrekenbeding dient te voldoen een bedrag van £ 1.435.814,- en de man aan de vrouw uit hoofde van het finaal verrekenbeding dient te voldoen € 37.855,50;
Voorwaarderlijk primair
voorwaardelijk:indien de vrouw aan de man uit hoofde van het finale verrekenbeding een bedrag verschuldigd is boven hetgeen zij reeds heeft voldaan, te bepalen dat zij dit bedrag mag voldoen in vijf termijnen van een jaar;
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
Ik zou dan eigenlijk willen zeggen dat die verzoeken vallen onder het bindend advies dat u in artikel 12 lid 7 van Pro de huwelijkse voorwaarden hebben afgesproken. Voor de rechtbank is het dan het makkelijkst als die verzoeken worden ingetrokken.”
partijen bindend adviesonderworpen zal zijn aan het oordeel van een onpartijdig persoon, te benoemen door partijen gezamenlijk.. Vast staat dat de overeengekomen onpartijdige persoon, de heer [naam 2] , geen bindend advies heeft willen geven. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of deze omstandigheid ertoe leidt dat het advies ook in de onderlinge verhouding tussen partijen niet meer als bindend heeft te gelden en dat partijen aldus, zoals de man heeft gesteld, een nadere overeenkomst hebben gesloten met elkaar.
9.997,50 (2,5 × tarief € 3.999,-)
703,75(2,5 punt × factor 0,5 × tarief € 563,00)