Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
De algemeen directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
17 juli 2020 van het KCC geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en anderzijds dat de bevoegdheid om op een verzoek tot afgifte van een verklaring van rijvaardigheid te oordelen niet bij verweerder ligt, maar bij de burgemeester van de gemeente Amsterdam, die belast is met de afgifte van het rijbewijs. Voor zover eisers verzoek een verzoek tot registratie van een verklaring van rijvaardigheid betreft, dient eiser zich volgens verweerder te wenden tot het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Verweerder is niet bevoegd om eigenhandig deze verklaringen toe te voegen en te registreren. Tot slot stelt verweerder dat het verzoek van eiser niet kan worden gezien als een aanvraag omdat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 33 van Pro het Rr.
1 juli 2020 is immers een aanvraag, waarin wordt verzocht om een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, gericht op rechtsgevolgen. Eiser handhaaft voor het overige zijn standpunt zoals ingenomen in bezwaar, namelijk dat verweerder eisers aanvraag ten onrechte heeft afgewezen. Ten slotte betoogt eiser dat verweerder niet had mogen afzien van het horen in bezwaar. Er is geen sprake van een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaar, wat al blijkt uit het feit dat er een hoorzitting was ingepland.
€ 748,-, en een wegingsfactor 1).