ECLI:NL:RBAMS:2021:4583

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 augustus 2021
Publicatiedatum
30 augustus 2021
Zaaknummer
20/4721
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a Zorgverzekeringswet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete onterecht opgelegd wegens tijdige zorgverzekering ondanks terugwerkende kracht

Eiseres kreeg een boete van het CAK omdat zij volgens het CAK niet tijdig een zorgverzekering had afgesloten. Na een waarschuwing van het CAK op 28 januari 2020 sloot eiseres op 3 juni 2020 een zorgverzekering af met terugwerkende kracht tot 28 mei 2020. De rechtbank oordeelt dat deze datum binnen de wettelijke termijn van drie maanden na de waarschuwing valt, zoals bepaald in artikel 9a, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet.

Het CAK had de boete opgelegd ondanks deze terugwerkende kracht, omdat zij uitging van de feitelijke afsluitdatum in juni. De rechtbank stelt echter dat de wettelijke termijn leidend is en niet kan worden ingekort door een uiterste datum in de waarschuwingsbrief. Daarom is de boete onterecht opgelegd en wordt het primaire besluit herroepen.

De rechtbank draagt het CAK op om het betaalde griffierecht van €48 aan eiseres te vergoeden. Er worden geen verdere proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: De boete is onterecht opgelegd en het primaire besluit wordt herroepen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 20/4721
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 augustus 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te Olen (België), eiseres (hierna: [eiseres] ),

en

CAK, verweerder (hierna: CAK)

(gemachtigde: mr. J.M. Nijman).

Procesverloop

Bij besluit van 4 juni 2020 (het primaire besluit) heeft het CAK [eiseres] een boete opgelegd van € 410,49. Bij besluit van 22 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft het CAK het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard. [eiseres] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 augustus 2021, via een videoverbinding. [eiseres] is verschenen. Het CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank op 16 augustus 2021 uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • herroept het primaire besluit:
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
  • draagt het CAK op het betaalde griffierecht van € 48,- aan [eiseres] te vergoeden.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. [eiseres] had geen zorgverzekering en daarom heeft zij bij brief van 28 januari 2020 een waarschuwing gekregen van het CAK. [eiseres] heeft toen op 3 juni 2020 met terugwerkende kracht een zorgverzekering afgesloten die ingaat op 28 mei 2020. Dit is (nog net) binnen de wettelijke termijn van drie maanden, die ingaat na de dag van de toezending van de waarschuwing (28 januari 2020). Deze termijn staat in artikel 9a, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet. Dat betekent dat de zorgverzekering tijdig is afgesloten. Dat in de waarschuwingsbrief van verweerder van 28 januari 2020 als uiterste dag om de verzekering af te sluiten 27 mei 2020 staat, maakt dit niet anders. De wet is namelijk leidend en de termijn die in de wet staat kan niet met een brief van verweerder worden ingekort. Dat de zorgverzekering door eiseres pas op 3 juni 2020 is afgesloten maakt niet uit volgens het CAK. Het CAK gaat dus uit van de datum dat de verzekering met terugwerkende kracht is afgesloten; 28 mei 2020. Die datum is blijkens het voorgaande, en anders dan het CAK heeft aangenomen, tijdig. De boete is daarom onterecht opgelegd en moet worden herroepen.
Conclusie
3. Het beroep is gegrond.
4. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet het CAK aan [eiseres] het door haar betaalde griffierecht van € 48,- vergoeden.
5. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.L. Fernig-Rocour, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Bosma, griffier, op 16 augustus 2021.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.