Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres
de minister van Financiën, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing wordt in het openbaar uitgesproken.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres ontving kinderopvangtoeslag voor haar kinderen en maakte aanspraak op een tijdelijke tegemoetkomingsregeling (Regeling KO) voor de eigen bijdrage tijdens de eerste COVID-19 lockdown. De tegemoetkoming werd vastgesteld op basis van de opvanggegevens die op 6 april 2020 bij de Belastingdienst bekend waren, wat leidde tot een compensatie van €514.
Eiseres voerde aan dat zij gebruikmaakt van flexibele opvanguren die achteraf worden doorgegeven, waardoor de peildatum niet overeenkomt met de werkelijke afgenomen uren. Zij stelde dat dit onrechtmatig was en dat zij niet tijdig op de hoogte was van de peildatum. De rechtbank overwoog dat de Regeling KO een zelfstandige AMvB is gebaseerd op artikel 89 van Pro de Grondwet, met een tijdelijk en begunstigend karakter, en dat de keuze voor een vaste peildatum noodzakelijk was voor snelle uitvoering.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in redelijkheid de groep van ouders mocht afbakenen die in aanmerking komt voor een latere peildatum, en dat eiseres niet tot deze uitzonderingsgroep behoort. Ook werd geoordeeld dat er geen sprake is van een onevenredige uitkomst of strijd met gedane beloftes. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot vaststelling van de kinderopvangtoeslagcompensatie op basis van de peildatum 6 april 2020 wordt ongegrond verklaard.