De zaak betreft een verzoek van een 70-jarige verzoeker die in Turkije woont en wiens uitkering door Stichting Waterweg Wonen is beslagen. De beslagvrije voet was aangepast naar nul na emigratie, maar uit coulance werd een vast bedrag van €200 per maand onbeslagen gelaten. Verzoeker vroeg om volledige beschikking over zijn uitkering, stellende dat hij met het huidige bedrag niet in zijn levensonderhoud kan voorzien.
De kantonrechter merkt op dat het vonnis waarop het beslag is gebaseerd niet ter discussie staat en dat een deel van het bewijs in het Turks is zonder vertaling. De verzoeker heeft onvoldoende controleerbare bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat hij onder het bestaansminimum komt door de beslaglegging.
De vaste lasten van verzoeker (€366,02) kunnen worden gefinancierd met de beslagvrije voet van €522,93 die Stichting Waterweg Wonen hanteert. Er is geen sprake van uitzonderlijke en noodzakelijke extra kosten die niet anders vergoed kunnen worden. Het verzoek wordt daarom afgewezen, behalve dat de beslagvrije voet met ingang van 1 april 2021 wordt vastgesteld op €522,93. Proceskosten worden gecompenseerd.