De zaak betreft een verzoek van een in Spanje woonachtige persoon om de beslagvrije voet op zijn uitkering te verhogen, zodat hij weer volledig over zijn uitkering kan beschikken. De Belastingdienst had beslag gelegd op zijn AOW-uitkering vanwege openstaande belastingschulden, en stelde de beslagvrije voet vast op €657 per maand.
Verzoeker gaf aan dat zijn maandelijkse kosten onder meer bestaan uit huur, elektriciteit, ziektekostenverzekering, verzekeringen, onderhoud hond, TV en telefoon en aflossing van een schuld aan de camping. Hij stelde nooit post van de Belastingdienst te hebben ontvangen vanwege een onvolledig adres. De Belastingdienst stelde dat verzoeker onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële situatie en dat er geen sprake was van een onevenredige hardheid.
De kantonrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende bewijs had geleverd voor een hogere beslagvrije voet en dat de norm volgens de wet correct was toegepast, inclusief de woonlandfactor voor Spanje. De hardheidsclausule van artikel 475fa Rv was niet van toepassing. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.