Q-Park vordert betaling van een boete en schadevergoeding van gedaagde wegens het zogenoemde 'treintje rijden' in de parkeergarage Amsterdamse Poort. Gedaagde reed op 9 september 2020 zonder gebruikmaking van haar parkeerticket onder de slagboom door, direct achter een voorganger aan. Hoewel gedaagde stelt dat er betaald is via haar dochter, oordeelt de kantonrechter dat het verlaten zonder geldig parkeerbewijs voldoende is voor toewijzing van de boete.
De kantonrechter beoordeelt de algemene voorwaarden van Q-Park, met name de boetebepalingen, aan de hand van Europese en nationale jurisprudentie en concludeert dat de boete van €300,- niet onredelijk bezwarend is en een preventieve werking heeft. Het meerdere dan éénmaal het dagtarief wordt afgewezen omdat gedaagde slechts eenmaal de garage verliet.
Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van €47,02 toegewezen, terwijl de gevorderde rente hierover wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van in totaal €313,50 aan hoofdsom, wettelijke rente vanaf 9 september 2020, incassokosten en proceskosten. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.