Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Beschuldiging
3.Voorvragen
De Amsterdamse politie heeft de gegevens uit die verschillende aangiften gecombineerd.
Dat leidde naar verdachte. Eén van de e-mailadressen die gekoppeld was aan een account waar met het bellen van de betaalnummers uit zaaksdossier 1 tegoed naartoe ging, bleek namelijk in de politiesystemen gekoppeld aan verdachte. In een andere aangifte bleek dat er geld was overgemaakt naar [partner] , de partner van verdachte. In weer een andere aangifte was geld overgemaakt naar [schoonmoeder] , de moeder van [partner] , die had verklaard dat haar schoonzoon, verdachte, haar had benaderd om gebruik te mogen maken van haar rekening. Zij had dat toegestaan omdat ze hem vertrouwde. Op basis van deze gecombineerde gegevens is verdachte aangehouden en zijn de woning waar hij met [partner] verbleef en ook de woning van zijn vader door de politie onder leiding van de rechter-commissaris doorzocht.
5.Bewezenverklaring
in de periode van 1 april 2019 tot en met 26 februari 2021 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad en/of smaadschrift en/of openbaring van een geheim,
heeft gedwongen tot de afgifte van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die voornoemde slachtoffers, immers heeft verdachte telkens voornoemde personen dreigende en/of dwingende berichten gestuurd waarbij hij, verdachte dwingende en/of dreigende uitlatingen en/of eisen heeft gedaan, onder meer inhoudende dat hij die personen zou "exposen" door naaktfoto’s, chatgesprekken, adresgegevens en/of de naam van die voornoemde personen zou openbaar maken op internet en/of bij familie, vrienden, buren, partners en/of collega’s, indien zij geen geldbedrag(en) zouden sturen en/of overmaken en/of betaaltelefoonnummers zouden bellen en/of QRcodes (gelinkt aan een betaalverzoek) zouden scannen en/of paysafekaarten zouden betalen, aan verdachte;
te dwingen tot de afgifte van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die voornoemde slachtoffers, immers heeft verdachte telkens voornoemde personen dreigende en/of dwingende berichten gestuurd waarbij hij, verdachte dwingende en/of dreigende uitlatingen en/of eisen heeft gedaan, onder meer inhoudende dat hij die personen zou "exposen" door naaktfoto’s, chatgesprekken, adresgegevens en/of de naam van die voornoemde personen zou openbaar maken op internet en/of bij familie, vrienden, buren, partners en/of collega’s, indien zij geen geldbedragen zouden sturen en/of overmaken en/of betaaltelefoonnummers zouden bellen en/of QRcodes (gelinkt aan een betaalverzoek) zouden scannen en/of paysafekaarten zouden betalen, aan verdachte, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
6.Bewijs
7.Strafbaarheid van de feiten
8.Strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straf
Verdachte had geen werk ten tijde van zijn aanhouding en hij heeft een belaste jeugd gehad. Hij kan de consequenties van zijn keuzes niet altijd goed inschatten. Er is sprake van recidive binnen een periode van vijf jaar gelet op de eerdere veroordeling in juni 2015 Het totale schadebedrag direct gerelateerd aan de afdreigingen bedraagt meer dan 20.000 euro. Daarnaast heeft verdachte ook andere materiële en immateriële schade toegebracht aan de slachtoffers.
De rechtbank merkt echter wel op dat verdachte pas heeft bekend nadat het einddossier was gevormd en het veel belastend bewijs bevatte. De rechtbank is er niet van overtuigd dat verdachte eenzelfde proceshouding had gekozen als het bewijs tegen hem minder sterk was geweest. De rechtbank ziet de bekentenis ook als een poging om minder straf te krijgen, hetgeen ook door verdachte is geuit in een getapt telefoongesprek tussen verdachte en zijn vriendin. De rechtbank hoopt dat verdachte oprecht spijt heeft van hetgeen hij heeft aangericht maar heeft daar wel wat aarzelingen over.
Het voorgaande, bezien in samenhang met de aarzelingen die de rechtbank heeft bij de proceshouding van verdachte, maakt dat de rechtbank er niet zeker van is dat verdachte niet weer in de verleiding zal komen om strafbare feiten te plegen. Daarom zal de rechtbank ook een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met bijzondere voorwaarden.
De rechtbank neemt het advies van de reclassering over, maar niet voor zover dat ziet op het opleggen van een contactverbod met medeverdachten in deze zaak. De vriendin en haar moeder behoren daar namelijk ook toe. De officier van justitie heeft in dit verband voorgesteld de reclassering te laten bepalen of het contactverbod met de vriendin en haar moeder nog nodig is als verdachte vrijkomt. De rechtbank vindt dit niet werkbaar en wil verdachte het contact met zijn vriendin en haar moeder niet onthouden. Daarnaast is er een aanzienlijk pakket aan bijzondere voorwaarden geadviseerd, dat verdachte bij een bereidwillige houding– ook zonder het contactverbod – op het rechte pad zou moeten kunnen houden.
10.Beslag
11.Vorderingen van benadeelde partijen
- € 885, - kosten behandeling psycholoog, en
- € 601, - betalingen door afdreiging,
- € 385, - eigen risico 2020 (kosten behandeling traumaverwerking);
- € 1.630, - betalingen door afdreiging;
- € 1.202, - studiegeld, en
- € 1.238,40 telefoonrekening
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
13.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
20 (twintig) maanden.
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
2 (twee) jaarvast.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
Meldplicht bij reclassering
Ambulante behandeling
Meewerken aan schuldhulpverlening
Andere voorwaarde het gedrag betreffende, dagbesteding
Andere voorwaarde het gedrag betreffende, internetgebruik
De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding van reiskosten ten bedrage van € 74,40 af.